aardappelvreters

Fototentoonstelling bij de voorstelling Aardappelvreters

Bij Aardappelvreters wordt een fototentoonstelling georganiseerd die het publiek gratis kan bezoeken, voorafgaand aan de voorstelling en na afloop. Op het erf van de boerderij waar gespeeld wordt is een serie werk te zien van documentair fotografe Heleen Peeters, die speciaal voor Aardappelvreters Nederlandse boeren en hun bedrijf in beeld bracht. Peeters duikt met deze serie in de wereld van het hedendaags boerenleven van Noord-Holland en Terschelling, maar geven ook een beeld van het boerenbedrijf in de rest van ons land. Zowel de worstelingen als de kracht van de Nederlandse boer komen aan bod. Heleen Peeters (1988) reist momenteel de wereld over in het kader van een fotoserie over paardenvlees. Haar werk was te zien op plekken als Museum M in Leuven en Felix Meritis in Amsterdam, maar ook in Londen en op de Biennale of Documentary Photography in Buenos Aires. De fototentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door het BankGiro Loterij Fonds.

Oer-opera trilogie en landbouwthematiek  

Aardappelvreters is na Kiemkracht (2016) de tweede locatievoorstelling waarin Gouden Haas de kloof tussen consument en voedselproducent onder de loep neemt. Voor Silbersee is Aardappelvreters het tweede deel in de oer-opera trilogie, die in samenwerking met Oerol wordt ontwikkeld. Jibbe Willems schrijft de libretti voor deze drie opera’s, waarvan Dijkdrift (2016) de eerste was. In deze trilogie staan oer-Hollandse thema’s centraal, zoals zee en dijken, wind en het aards geploeter in de klei. Naast Dijkdrift en Aardappelvreters vindt u hier in 2020 ook het laatste deel dat in dat jaar op o.a. Oerol te zien zal zijn.

Deel I: Dijkdrift
Oer-opera over de ondergang van een eilandvolk

Dijkdrift is een oerse en zintuigelijke locatievoorstelling over een kleine groep mensen die zich heeft teruggetrokken om de dijken – en hun eigen oerdriften – te bewaken. Onder leiding van een stokoude opperpriester voeren de bewoners meermaals per dag een muzikaal ritueel uit: een smachtende bede tot ‘la Femina’, dat zij de natuurkrachten binnen en buiten de mens tot bedaren mag brengen. 

Taal
De taal van de kleine gemeenschap is een mengeling van archaïsch Nederlands, dialect en Latijn, genaamd Batavialatina. De muziek van hun ritueel is een verwrongen versie van de Mariavespers van Claudio Monteverdi. Waar dit ritueel aanvankelijk nog rust en regelmaat brengt, zal het aan het einde van de voorstelling ontaarden in dionysisch geweld.

''Gravere ons et gravus id benne
ons benne solo homimens,
gravere ons et gravus id benne
ons benne solo, ons benne mens''

Vertaling
''Wij moeten graven en het is zwaar 
want wij zijn maar kleine mannen,
wij graven en het is zwaar,
wij zijn maar alleen, wij zijn maar mens''

Dijkdrift
was te zien op Festival Karavaan en Oerol. 
Lees hier het libretto van Dijkdrift

Deel II: Aardappelvreters
Oer-opera over de ondergang van het boerenbedrijf

Waar Van Gogh met zijn wereldberoemde schilderij De Aardappeleters het harde boerenleven portretteerde, breken Silbersee, Gouden Haas en Slagwerk Den Haag een lans voor de boer van nú. Samen brengen zij de oer-opera Aardappelvreters waarin het vrije boerenbestaan botst met de harde realiteit van regelgeving en industriële schaalvergroting. Aardappelvreters is een wrang familierelaas op de boerderij. Met behulp van ‘oerse’ klassieke aria’s, spoken word, fanfaremuziek en koren om op mee te deinen, wordt het verhaal verteld van de onafwendbare ondergang van boer Brot. 

Taal
Toneelschrijver Jibbe Willems ontwikkelde voor Aardappelvreters een eigen taal voor boer Brot, Mjodder, de boerderijwezens en zijn zus Sus: het Bauerlans. Deze poëtische variant van het Nederlands laat 12 000 jaar boerengeschiedenis doorklinken.

''Eg ben nie boer
Eg ben boerderij
eg zit in alles wat deg ziet en al zit in mien lijf neem dat fan me affe
en neks bleibt fan meg over''

De taal van stedeling Max, de man van Sus, is hiernaast doorspekt met Engelse woorden. Andere personages spreken en zingen in het Nederlands.

Lees hier het libretto van Aardappelvreters