Stimmung interview

Reflecties op Das atmende Klarsein van Luigi Nono

Jan Van den Bossche in gesprek met Romain Bischoff, Arnold Marinissen en Giuliano Bracci 

Stimmung is Silbersee’s jaarlijks terugkerende evenement gewijd aan de menselijke stem. De tweede editie is opgebouwd rond Luigi Nono’s zelden gehoorde klassieker: Das atmende Klarsein. Silbersee nodigde twee componisten uit om op dat werk te reageren. Arnold Marinissen reflecteert in zijn commentaarstuk Transits op twee aspecten van het tijdelijke menselijke bestaan: continuïteit en verandering. De Italiaanse componist Giuliano Bracci baseert zijn stuk Se non in ombra e specchio op teksten van de Italiaanse renaissancefilosoof Giordano Bruno. 

Drie werelden 

Na de eerste editie, met het aartsmoeilijke Stimmung van Stockhausen, waaraan de cyclus ook zijn naam ontleent, was het voor artistiek leider Romain Bischoff al snel duidelijk dat Das atmende Klarsein van Luigi Nono centraal zou staan in de tweede editie. Bischoff: ‘Het is een iconisch werk uit de vocale muziek van de vorige eeuw, een fascinerend stuk waarin de tijd letterlijk stil staat, alsof het zich buiten onze tijd afspeelt. Er zit zoveel lading in dat stuk, alleen de titel al!’ 

Ook de keuze voor Marinissen en Bracci was snel gemaakt. ‘Ik wist dat ze allebei iets met Nono hadden en heb hen gevraagd of ze zich konden voorstellen een werk te schrijven dat op Nono reflecteert en reageert. Het hoefde niet per se in dezelfde bezetting te zijn, maar dat mocht wel. Ik heb hen wel gevraagd iets afwisselender zijn dan Nono. Die gebruikt de stemmen altijd samen, in een soort van homofoon madrigaal. Ik heb Arnold en Giuliano gevraagd meer reliëf aan te brengen in hun stukken, om de avond te verrijken.’ 

Uiteindelijk ontstonden twee totaal van elkaar, maar ook van Nono verschillende composities, die toch alle drie met elkaar verbonden zijn. 

Bischoff: ‘Marinissen schreef een weerbarstig werk, heel eigenzinnig, zoals we van hem gewend zijn. Het is minder gelijkmatig dan Nono. Het stuk van Bracci lijkt overigens ook niet direct op Nono, maar heeft wel dezelfde oneindigheid. Het zijn drie verschillende en toch aan elkaar verwante werelden. Het licht zal een belangrijke rol spelen. Tussen de stukken verlaat het publiek de zaal, zodat ze telkens weer in die andere wereld binnenkomen. Maar verder draait alles rond de stemmen: zij dragen de avond.’   

Arnold Marinissen: Goochelen met humanity 

Voor Arnold Marinissen kwam het verzoek om op Nono te reflecteren als een mooie en logische vraag. Hij had al eens eerder een companion piece bij een stuk van Nono geschreven en voelt zich sowieso erg verwant met diens esthetiek. 

Marinissen: ‘Ik hoefde de oorspronkelijke bezetting van Nono’s stuk (basfluit, acht zangers en elektronica, n.v.d.r.) niet aan te houden maar heb dat toch gedaan. Tot aan mijn zeventiende heb ik zelf intensief fluit gespeeld, ik ben dus erg vertrouwd met het instrument. En daarnaast werk ik ook graag met klanksporen. De bezetting van Das atmende Klarsein was voor mij dus een aantrekkelijk uitgangspunt. Maar anders dan Nono wilde ik meer variatie aanbrengen, heen en weer gaan tussen soli en ensemble bijvoorbeeld.’ 

Voor de tekst putte Marinissen uit twee bronnen. In eerste instantie was dat een zeer kort gedicht van de Amerikaanse dichter Dan Albertson. Een van de regels van het gedicht leverde ook de titel van de compositie: Transits

‘Albertson stuurt me al jarenlang steeds weer nieuwe gedichten op en die lagen bij mij te wachten op een gelegenheid om een plekje te vinden in een compositie. Die gelegenheid bood zich nu aan. Net als de muziek van Nono zijn de gedichten van Albertson tot op het bot uitgekleed. Hij gebruikt geen bloemrijke taal, maar beperkt zich tot de essentie. Ze gaan vaak over de natuurlijke loop der dingen, vanuit een onverwachte hoek bekeken. Ik heb voor het gedicht Continuity II gekozen, een gedicht over afgelegde routes en overgangen, transits dus.’ 

Crowdsourcing                                           

Marinissen gebruikt het gedicht als refrein. Voor de solistische ‘coupletten’ verzamelde hij in een oorspronkelijke vorm van crowdsourcing her en der reacties op twee vragen. 

‘Ik heb via social media twee vragen gedeeld. Wat is in het leven van je beste vriend een constante factor? En wat is in beweging? Vragen naar continuïteit en verandering dus. Het zijn vragen met een weerhaakje, want je moet je eerst en vooral afvragen wie je beste vriend is. Dat kan ook je partner of een ouder zijn. Er kwamen heel veel reacties, van mensen die ik kende, maar ook van volslagen vreemden. De meeste daarvan zijn in de gezongen tekst of in de klanksporen terechtgekomen. Ik had de respondenten namelijk gevraagd hun antwoorden als geluidsbestand op te sturen; die kon ik dus verwerken niet alleen in het libretto, maar ook in de elektronica. Allemaal in de oorspronkelijk talen overigens: Taiwanees, Japans, Spaans, Hebreeuws, Italiaans, Nederlands, Portugees en Engels. Ik maak graag gebruik van het ritme en de muzikale gedaante van de tekst.’ 

Een ongebruikelijk uitgangspunt dus, om mensen niet op zichzelf maar op het leven van een vriend te laten reflecteren. 

Marinisen: ‘We zijn wel gewend om de hele tijd te antwoorden op de vraag hoe het met onszelf gaat. Maar bij een vriend wordt dat plotseling anders. Die afstand levert een heel andere invalshoek op, en misschien ook wel een interessanter antwoord. Toch waren het allemaal hoogstpersoonlijke dingen die binnenkwamen. Het was een mooi spel voor mij om daaruit een libretto op te bouwen. Ik nam het wel serieus, want je bent toch een beetje aan het goochelen met humanity. Iedereen die heeft bijgedragen wordt sowieso uitgenodigd naar het concert en krijgt een opname.’ 

Kortegolf               

In welke mate is dit werk, met zijn heel eigen en oorspronkelijke thematiek dan nog beïnvloed door Nono? 

‘In de grote vorm heeft Nono mijn stuk meebepaald, dat geldt met name voor de grote blokken met alle acht zangers, en de solo’s van de basfluit. Het is net als bij Nono geen hiërarchisch stuk, iedereen vlecht zijn eigen partij in het grotere geheel. Dat is een onderdeel van Nono’s muzikale idioom dat me erg aanspreekt. Maar inderdaad leidt mijn stuk, mede door toedoen van de teksten, een totaal eigen leven. De elektronica kreeg een heel apart karakter. Behalve van de opgenomen reacties die ik binnenkreeg, heb ik ook gebruik gemaakt van een ouderwetse kortegolfradio. Ik ben daarmee langzaam langs een reeks frequenties heengegaan en heb dat opgenomen, ook een vorm van transit eigenlijk. Het is dus een companion piece voor Nono, maar wel helemaal van mij.’ 

Continuity II (7/2016), Dan Albertson

Streams,
Bridges,
Visions of fog,
Transits,
Neither real
Nor imagined.

Giuliano Bracci: de eeuwigheid in het moment             

De in Nederland wonende maar uit Rome afkomstige componist Giuliano Bracci studeerde behalve muziek ook filosofie. Zijn scriptie was gewijd aan de zestiende-eeuwse filosoof en dichter Giordano Bruno die in 1600 op de brandstapel stierf. In 2012 schreef Bracci voor Vocaallab (de voorganger van Silbersee) een kort vierstemmig stuk op tekst van Bruno: Non sta, si svolge e gira. Het project rond Nono was de ideale aanleiding om daar een wat uitgebreider vervolg aan te geven. 

Bracci: ‘Nono is een belangrijke componist voor mij. Ik heb een sterke band met zijn muziek, vooral met het vocale aspect. En bovendien was het gedachtengoed van Giordano Bruno ook voor Nono erg belangrijk. Voor Bruno is het heelal oneindig en heeft het geen centrum. Dat betekent dus dat elk punt het centrum kan zijn. Er is geen hiërarchie. En in elk punt van het universum is het oneindige goddelijke immanent aanwezig. Dat vind je ook terug in Nono’s idee over klank: in elke klank zit een oneindig aantal mogelijkheden vervat. Zijn schriftuur kent niet de traditionele lineaire ontwikkeling. Elke klank is een kleine openbaring op zich.’ 

Componeren als een vorm van luisteren 

Luigi Nono was een politiek actief kunstenaar die zich verzette tegen de dominante culturele denkbeelden van de bourgeoisie. Hij vond een geestverwant in de filosoof Massimo Cacciari, die later burgemeester van Venetië werd. De twee werkten in de jaren ‘80 nauw samen. Cacciari verzamelde de teksten voor Das atmende Klarsein en leverde ook de filosofische onderbouwing voor het stuk, met name over het ontsnappen aan de lineaire, gemeten tijd, aan de dominantie van de concepten verleden, heden en toekomst. Cacciari beschrijft de ‘tijdloze dimensie van de tijd’, die aan de basis van Nono’s muziek ligt. De eeuwigheid in het moment. 

Bracci: ‘Nono hechtte groot belang aan de stilte en het echte luisteren. Dat is volgens hem erg moeilijk. Wanneer we naar de anderen luisteren, zijn we toch nog vaak op zoek naar onszelf, maar daarmee doen we de ander geweld aan. Nono zoekt echte openheid. Alleen op die manier kunnen we de oneindigheid die elke klank, elk moment bevat, ervaren. Dat idee spreekt me erg aan. Ik probeer het componeren ook als een vorm van luisteren te beoefenen.’ 

Voor het libretto van zijn stuk putte Bracci exclusief uit de esoterische werken van Giordano Bruno, de filosoof die hem sinds zijn afstudeerscriptie niet meer losgelaten heeft. 

‘Ik heb allemaal fragmenten van Bruno uitgeknipt en aan de muur geplakt. Uiteindelijk heb ik een keuze gemaakt. Ook in de compositie worden de teksten eerder als collage gebruikt. Er is dus geen lineair verloop. Ze zijn bijna allemaal afkomstig uit de filosofische dialogen die Bruno in Londen publiceerde. In De l’infinito, universo e mondi (Over het oneindige, het heelal en de werelden) zet hij zijn kosmologische leer uiteen, waarin hij korte metten maakt met het hiërarchisch gestructureerde universum. Ik heb vooral gebruik gemaakt van de poëtische beelden waarmee hij zijn theorieën doorspekt. Bruno is ervan overtuigd dat het oneindige heelal ook tegenovergestelde uitersten bevat. In de teksten komt dan ook vaak de stijlfiguur van het oxymoron voor, een nauwe verbinding van tegenovergestelde begrippen zoals “vuur en ijs” of “sterven en leven”. Het andere werk Degli eroici furori (Over de heroïsche vervoeringen) gaat meer over de subjectieve ervaring van het eindige individu dat de oneindige werkelijkheid probeert te vatten. Deze dialogen bevatten liefdessonnetten, maar in plaats van over de erotische liefde, gaan ze over de liefde van de mens voor de goddelijke natuur.’ 

Fijn weefsel

Anders dan Marinissen heeft Bracci niet de bezetting van Nono’s Das atmende Klarsein overgenomen. ‘Ik zie inderdaad af van de basfluit en de elektronica. Door puur vocaal te schrijven kon ik beter zeggen wat ik wilde. Ik gebruik overigens vooral de lage registers van de zangers. Nono daarentegen eerder de hoge. Ik volg Nono wel in de manier waarop hij de tekst vaak in een fijn weefsel versnippert over de verschillende stemmen. Een lijn kan zich plotseling splitsen in twee stemmen, waardoor een nieuwe dimensie toegevoegd wordt. Maar anders dan Nono breng ik meer contrast aan tussen de solistische gedeeltes en de ensembles. Er zit meer dramaturgische ontwikkeling in mijn stuk dan in dat van Nono, dat eerder statisch is. De acht zangers kunnen acht individuen zijn, maar soms zijn ze ook een klein koor. Ik maak ook gebruik van de spanning tussen het individu en het collectief.’ 

De titel van het stuk Se non in ombra e specchio is ook uit de dialogen van Bruno afkomstig. ‘Bruno beschouwt de schaduw en het spiegelbeeld niet als illusies, maar als een andere toegang tot de goddelijke realiteit, die door tegenstellingen wordt gedomineerd. Wel beschouwd heb ik dit stuk ook geschreven om het moeilijke gedachtengoed van Bruno nog beter te leren begrijpen. Componeren om te luisteren dus.’